dinsdag 21 mei 2013

Tijdsgebruik

In de afgelopen WK-match werd er met verschillende tijdsgebruiken gewerkt. Klassiek, rapid en blitz. Er werd op een dag net zo lang doorgespeeld tot er een beslissing viel. Daardoor was het mogelijk een match in een week te spelen. En was het  mogelijk om de match nog voor het WK te houden. Armoede natuurlijk, maar beter dan het niet te laten verspelen, waar het anders op uitgedraaid was. Deze toernooiformule is interessant. Een wereldkampioen moet met verschillende bedenktijd kunnen werken. Het is niet te vergelijken met atletiek. In de atletiek heb je duursporters en sprinters, met denksporten heb je dat niet. Bovendien wordt het versnelde tempo na een reguliere partij gespeeld, zodat we hier nog steeds van duursport kunnen spreken. De spelers klaagden na afloop dan ook over vermoeidheid. Bij dit alles hoeven we het spel niet aan te passen, wat in de Nederlandse kampioenschappen helaas wel gebeurd. Er wordt nog steeds met +- remises gewerkt, hopelijk heeft dat zijn langste tijd gehad.
De +- remises doen afbreuk aan ons mooie spel.  We hebben te maken met een systeem dat fundamenteel verkeerd is en een smet op ons spel werpt en daarom steeds weer aan de orde zal komen zolang het bestaat.
Behoud het goede, verwerp het slechte.

Het creeert een ander spel. Het kan er voor zorgen dat er lang wordt doorgespeeld in een stand waarin niets te bereiken valt. Dodelijk saai voor de speler en de kijker. Probeer aan jeugd maar eens uit te leggen dat je toch een beetje gewonnen hebt.

Ik snap het zelf ook niet: als je twee schijven voorstaat in het eindspel krijg je een + en bij ēēn schijf niet, voordeel is toch voordeel?

Dat is het mooie van het damspel, degene die niet meer kan zetten heeft verloren, anders is het remise, duidelijk en overzichtelijk.

De wens om nuanceringen in de puntendeling aan te brengen is ontstaan in een tijd dat sommigen dachten dat dammen de remisedood zou sterven. Ik denk (hoop) dat die gedachte al lang achter ons ligt. In toernooien (Delfzijl!) is gebleken dat het damspel  meer beslissingen dan ooit oplevert, als de spelers de bereidheid hebben om te spelen. Het spel zelf biedt nog oneindig veel mogelijkheden.

 In het laatste NK dames zijn er vier speelsters bovenaan geeindigd. De twee speelsters die een plusremise hadden, moesten nog een tweekamp spelen, terwijl nummer drie de meeste overwinningen had.

Als je consequent bent zou je zeggen: degene met de meeste overwinningen is de kampioen. Die heeft toch de meeste strijdlust getoond? Dat zou toch de bedoeling moeten zijn bij +- remises?

In het laatste WK kandidatentoernooi schaken is dit ook gebeurd. Carlsen werd kampioen omdat hij de meeste overwinningen had. Niemand had daar moeite mee, hij toonde tenslotte de meeste strijdlust.

Het meest ideaal is mensen bij gelijk eindigen nog te laten herkampen, dat is rechtvaardiger dan welk ander systeem dan ook.

Verder is het +-systeem zo willekeurig toegepast, waarom wel bij kampioenschappen, maar niet bij teamwedstrijden? Je creeert zo twee verschillende spellen met verschillende regels binnen je bond. Dit lijkt me vanuit jurisprudentioneel standpunt ongewenst. Ook internationaal is het onwenselijk dat wij andere regels hanteren.

donderdag 13 september 2012

Siep


In een vorige carrière gaf ik les op een school voor gedragsgestoorde leerlingen. Dat dit een onmogelijke taak is wel eens in verschillende media beschreven. Aparte scholen creëren voor gedragsgestoorde leerlingen is een fundamenteel fout idee. Net als gevangenissen verzamel je mensen die elkaar in hun gedrag versterken, waardoor je precies het tegenovergestelde bereikt van wat je wil. Toch moet je bewondering hebben voor mensen die in dit werk actief zijn en dan doel ik op de mensen die proberen les te geven. Een van die mensen die ik in dit werk heb leren kennen is Annerie Mensonides. Een volstrekt unieke persoonlijkheid. Een aantal jaren geleden vroeg ik haar of zij familie was van Siep Mensonides. Siep Mensonides was de grondlegger van het Brinta-damtoernooi in Hoogezand-Sappemeer. In de damwereld een door velen inmiddels vergeten legende. Ik vertelde er bij dat hij gemeente-ambtenaar in de gemeente Hoogezand-Sappemeer was. Annerie had nog nooit van hem gehoord, totdat ze vroeg: ‘de Dammer?’. Ja die dus, bleek geen directe familie te zijn maar ze kende hem wel. Wat je verder ook doet, je staat bekend als dammer, dat vervulde mij wel met trots. Wat ben je? Dammer! Dan ben je pas iets. Je kunt nog zo veel werkzaamheden hebben verricht, kinderen opgevoed, uiteindelijk ben je dammer, of kennen mensen je als zodanig. Daarom als mensen mij vragen wat ik doe zeg ik: ik ben dammer!

zaterdag 23 april 2011

Ik krijg een hekel aan dieren

Ik krijg een hekel aan dieren.
Ik heb mij altijd intensief met mensenrechten bezig gehouden. Voor mij is dat belangrijk. Over het algemeen was daar ook wel een redelijke overeenstemming bij het gemiddelde publiek. Er is altijd wel een groep die andere voorkeuren heeft. Die het recht van dieren belangrijker vindt dan dat van mensen. Dat kan, dat is het fijne van democratie. Maar het wordt minder als een dergelijk minderheid een meerderheid achter zich weet te krijgen in de 2e kamer. Het plan om ritueel slachten te verbieden, het is een gruwel. In feite maak je het grote groepen onmogelijk hier te wonen. Ik denk dat racistische motieven voor deel een rol in de gedachten over dierenrechten spelen. Het geeft te denken dat in de landen waar het onverdoofd slachten niet is toegestaan deze wetgeving rechtstreeks van de nazi’s afkomstig is. Het is volstrekt onduidelijk of het verdoofd slachten diervriendelijker is. Ook het feit dat je voor die tijd met dieren mag doen wat je wilt maar in de laatste 80 seconden plotseling diervriendelijk moet zijn. In de discussie gaat het uiteindelijk niet om het verdoven, maar om de principiële vraag of je dieren mag eten. Dat is waar men uiteindelijk wil uitkomen. Laat de discussie daarover gaan. Overigens ik heb eens een uitzending met de Engelse professor Winston gezien die zei dat de hersenen van mensen zijn gaan ontwikkelen toen de mens vlees is gaan eten. Zelf zal ik dieren niet kwellen, ongetwijfeld zou ikzelf vegetariër worden als ik mijn eigen dieren zou moeten slachten. Ik was getroffen door de uitspraken van dominee Wessel te Heerenveen die zei:
 ”Door het slachten van een dier overschrijd je de grens van dood en leven. Dat is een bijzondere en kwetsbare grens. In een humane samenleving moet die grens zorgvuldig bewaakt worden. In de Joodse en Islamitische wijze van slachten zijn er dan ook allerlei voorbereidingen en zorgvuldige handelingen voor het slachten. Het doel daarvan is de grens tussen dood en leven te bewaken, juist op het moment dat deze overschreden wordt. Het verdoven van het dier staat in een context van het onzichtbaar maken van het doden van het dier. Het dier wordt in een afgesloten slachthuis geslacht en verwerkt. “
Het is wel opvallend dat bij beelden van het slachten van dieren alleen de beelden uit Islamitische slachthuizen getoond zijn.  In reguliere, verdoofde slachthuizen zullen de taferelen niet anders zijn. Bewuste politieke manipulatie. En succesvol.  Eigenlijk zou je ritueel slachten verplicht moeten stellen. Als je bewust diervriendelijk wilt zijn.
Het verdoven van dieren geldt niet voor wild, het is ook zo selectief….


dinsdag 25 januari 2011

Dammen en sex

"Dammen wordt zolangzamerhand niet meer als sport gezien, maar als wetenschap of kunst. Winnen is totaal onbelangrijk geworden. Het gaat om 'de perfecte partij spelen'." Wham, een binnenkomer van Erno Prosman in het Parool en ook nog geciteerd in de Volkskrant. Van Ton Sijbrands is de uitspraak dat dammen niet alleen sport is, maar ook kunst en cultuur. Daar heeft hij gelijk in, dammen is zo veel meer. Toch is het een spel waarin het sportieve element cruciaal is. De uitspraak van Erno Prosman kopt leuk, maar lijkt me dus onzin. Ik denk ook dat hij er niet zelf achter staat. Stop anders met het spelletje. Juist proberen te winnen is een belangrijk element in het genieten van een dampartij, daardoor wordt het cultuur of kunst. Strijd en competitie is bij de mensen een instinct dat we als foetus al bezitten. Wij genieten van de ervaring van het winnen. Als er gewonnen wordt produceren wij dopamine, dat het genotscentrum in onze hersenen stimuleert, het geeft ons een gevoel van welbehagen. Endorfinen worden aangemaakt, die lopen door ons lichaam en zorgen er voor dat we ons euforisch voelen. Adrenaline komt van de adrenalineklier bij onze nieren en wordt samen met tostesteron aangemaakt en stroomt door onze bloedvaten, dit in verhoogde mate tijdens de competitie. Bij winst stijgt het testosterongehalte aanzienlijk. Het zorgt voor concentratie en kracht. Na een overwinning ademen we dieper en neemt onze hartslag toe. Er wordt meer zuurstof naar onze hersenen en spieren gevoerd. We voelen ons fantastisch.   Toen ik voor de eerste keer remise speelde tegen Ton Sijbrands voelde ik mij euforisch en heb ik mij 'misdragen' door net te doen of ik even sterk als mijn tegenstander was en te suggereren dat ik alles wel gezien had. Zo voelde ik mij tenslotte. Dit gedrag wordt direct veroorzaakt door werkzame stoffen in het lichaam. Daarbij is ons instinct zodanig ontwikkeld dat we wel zorgen dat we ons gevecht uitkiezen en niet de hele tijd in competitie gaan. We kiezen instinctief het gevecht uit waar we een goede kans hebben om te winnen.  
 De natuur van de mens is om te streven naar meer. Elke keer als we de competitie aangaan en winnen krijgen we een fysiologische beloning. De vrees om te verliezen is echter nog groter. Verliezen voelt slecht. De ervaring van het verliezen is sterker dan de ervaring van het winnen. Bij verliezen werkt ons beloningsmechanisme niet. Gevoelsstoffen als dopamine en endorfinen zijn afgesloten. Plotseling voelen we een volledige moeheid die veroorzaakt wordt door het vrijkomen van de stresshormoon cortisol. Gemixt met adrenaline loopt het door onze bloedbanen en zorgt er voor dat we ons slecht voelen, soms zelfs bang. Als het verlies catastrofaal is, worden we zelfs immobiel. Een aantal spelers zit na de partij nog een tijdlang stil op hun stoel, niet in staat te bewegen. Enige tijd zijn de essentiele functies van het lichaam uitgeschakeld om de hersenen te beschermen. Het hartritme wordt vertraagd en het bloed wordt uit de onderbuik gepompt waardoor we een leeg gevoel in de maag krijgen. Je kunt dan letterlijk misselijk worden. Onze spieren ontspannen en je verliest het gevoel in benen en armen. Elke keer als we verliezen, wordt de hypocampus in onze hersenen gestimuleerd. Het centrum van onze emoties in de hersenen zorgt voor een totaal gevoel van ontreddering zodat we ons verlies blijven herinneren.
 
Onze primaire instincten zijn overleving, sex en competitie. Competatieve instincten zijn nodig om te overleven. Een perfecte partij is een partij waarbij het uiterste wordt gedaan om tot een beslissing te komen. Dammen kan prima met sex vergeleken worden, alleen: bij sex win je altijd. Bij sex komen dezelfde stoffen vrij als bij het winnen van een dampartij. Neem je het winstelement uit het damspel weg, dan haal je de sex uit het spel weg, dammen doe je ten slotte om te winnen.

vrijdag 21 januari 2011

Evert

Merkwaardig is het als er een verhaal over je geschreven wordt en die in een boek terecht komt. Hoe obscuur deze ook is. Als er vervolgens aandacht in de Telegraaf voor is krijgt het ook nog eens een groot publiek te lezen. Ik citeer uit de Telegraaf: “Ik ben nog maar net met dammen begonnen of hij loopt me al in de weg.  Alle mogelijke wedstrijden, een treurige rij nullen. En in de clubwedstrijden loot is steeds weer uitgerekend tegen hem. De  hoop de onderlinge score nog eens een dragelijker aanzien  te geven, heb ik allang opgegeven. Interessant is dar je na verloop van tijd aan zo iemand ook als persoon een grondige hekel krijgt. Af en toe is eer toch persoonlijk contact. Zo kom ik te weten dat Buurke de complete Bommelverzameling in de boekenkast heeft staan. Voor een Bommelliefhebber die ik ben is dit een gevoelige slag, zodat ik ernstig aan mijn smaak ben gaan twijfelen. Buurke heeft daar geen problemen mee. Alleen vindt hij het niet aardig herinnerd te worden aan de naamsverbastering Suup Bierke die van een voormalige voorzitter van de werelddambond afkomstig schijnt te zijn.”
Aldus Evert Dollekamp in zijn vluchtschrift:”wie door de week traint; is ‘s zondags moe” onder de titel Angstgegner. Een zekere treurigheid overvalt mij als ik dit lees. Zeker grappig en goed geschreven, maar tegelijkertijd van een triestheid… Het feit dat je al die jaren onaardig tegen iemand bent omdat je van hem verliest. Toen ik een tijdje perschef van de KNDB was heeft Evert een klacht tegen mij ingediend bij het bestuur van de KNDB. Wat was het geval? Twee leden van het Drents tiental waar hij secretaris van was gingen voor Mildam spelen, waar ik toen al voor speelde. Ik had hier geen bemoeienis mee. In de brief die ik van Johan Capelle die indertijd ook voor het Drents tiental speelde kreeg sprak Evert er schande van dat Mildam spelers bij andere clubs ronselde en dat ik er waarschijnlijk achter zat omdat ik lid van die club was. Het was zo onzinnig dat het toenmalige bestuur van de KNDB zelfs geen antwoord op de brief heeft geschreven. Ik hoop dat Evert zijn eigen stukje nog eens leest en ziet en enige zelfreflectie pleegt. Het damwereldje is klein. Met Fryslan hoop ik volgend jaar ereklasse te spelen. Misschien dat hij dan weer eens voor zijn club uitkomt in de wedstrijd die dan tussen Fryslan en het Drents Tiental gespeeld gaat worden, dan kan hij in alle opzichten nog iets recht zetten.

maandag 15 november 2010

Nina


Ik leerde haar in de winter van 1990 kennen in Moskou. Een kleine breedheupige dame. Ik was direct een fan van haar en dat is nooit helemaal verdwenen. Ik had ook direct een goed contact met haar. Nina Hoekman –Jankovskaya, is haar naam. Afgelopen zaterdag stond er een groot artikel in de Volkskrant met haar. Dat had meer met haar ziekte te maken dan met haar dammen. In augustus mocht ik mee als coach bij het EK-jeugd omdat haar toestand instabiel was. Bovendien had ze nauwelijks een stem. Maar ze had nog steeds een grote inbreng. Ik keek graag toe als zij een analyse van de partij gaf. Ze ging letterlijk juichen en een rondedansje maken als een jeugdspeelster iets moois had laten zien. Er zijn maar weinig mensen die zich dat kunnen veroorloven zonder dat het niet serieus genomen wordt. Zij kan het zich veroorloven. Als coach is zij voor mij een van de grootste voorbeelden. Zij is heel direct en neemt geen blad voor de mond. Maar voor mij op een manier die volstrekt aanvaardbaar is. Na het toernooi hadden we een evaluatie bij de familie Hoekman thuis. Als verrassing hadden Nina en Henk mij het coachshirt gegeven dat ik had moeten inleveren. Het ontroerde mij, het gebaar. Het getuigt ook van een goede mensenkennis dat ze wist hoe ik dit op prijs stelde. Toen ze ook nog zei dat ik fantastisch gecoacht had bij het EK-jeugd kon ze helemaal niet meer stuk. Als ik de krant zo lees zou ze wel eens over niet al te lange termijn kunnen sterven. Die gedachte doet me nu al verdriet. Ik hoop dat ik volgend jaar in Tallinn haar nog mag meemaken bij het EK-jeugd 2011. Gezien haar vechtlust zou me dat niet verbazen, maar ja kanker heb je niet zelf in de hand, dus hou ik er rekening mee dat het ook eerder kan gebeuren. Maar dan zijn er in ieder geval veel verhalen over haar te vertellen.

donderdag 4 november 2010

Zoja


Het ging een tijdje niet goed en dan is het moeilijk tot iets te komen, zoals het schrijven van een blog. Gelukkig kreeg ik nieuwe energie van mijn beste vriendin, die mij aanspoorde weer eens wat te schrijven. Ik ben een bevoorrecht mens. Als je kunt doen wat je leuk vindt mag je dat zeggen. Ik organiseer mede een damtoernooi. Het leuke daarvan is dat ik zelf ook mensen mag uitnodigen. Ook al probeer ik zo objectief mogelijk het toernooi samen te stellen, ik heb toch mijn voorkeuren. Zo is het leuk om spelers uit te nodigen die ik aardig vind. Zo ook  Zoja Golubeva. Ze was al in beeld om mee te doen, maar nadat ze na 11 jaar weer wereldkampioene werd is de uitnodiging helemaal gerechtvaardigd. Zoja is een bijzonder mens. Coach van het Letse team en toch met een Wit-Russisch shirt rondlopen. Zij kan het zich veroorloven. Bij de prijsuitreiking van het Europees jeugdkampioenschap ging ze naast mij zitten in plaats van bij haar team. Van Nina Hoekman hoorde ik dat Zoja tijdens dit kampioenschap een teamlid dreigde te vermoorden vanwege slechte prestaties. Ik heb het haar maar eens gevraagd… Zo bleek dat de uitspraken op een niet opgeruimde kamer sloegen, ze zou het nooit zeggen als er slecht gepresteerd werd. Elke dag had Nina wel een opmerking over Zoja. Dat krijg je als je tientallen jaren elkaars concurrentes bent. Zoja is een prachtig mens met veel gevoel voor humor. Toen ik haar voor het eerst zag kenden wij elkaar al 10 jaar vanwege een gezamenlijke vriendin.  Jij bent Siep zei ze, waarop ik zei: jij bent Zoja, waarop wij elkaar kusten.  Een mooie manier van een eerste ontmoeting. Ik heb haar daarna vier keer gezien en we hebben maar weinig woorden nodig. Eigenlijk heb ik haar weinig gesproken, dat lijkt ook niet te hoeven. Je komt elkaar toch wel weer tegen, al is het 10 jaar later. Soms zou je iemand vaker willen zien, maar in dit geval is het leuk te weten dat ze volgende maand naar Groningen komt. Daar was ze nog niet geweest.