Pesten.
Als kind was ik anders. Zo heb ik dat altijd gevoeld. Tegenwoordig zou ik getest worden en ergens in het autismespectrum verdeeld zijn. Ik had van jongs af aan het gevoel: ik hoor er niet bij. Daarbij kwam dat ik dingen niet kon de andere kinderen wel konden. Ik kan me herinneren dat we een liedje moesten zingen:’Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven.’ Bij god ik kon de tekst niet onthouden. Bovendien begreep ik de tekst totaal niet. Dat was verwarrend voor mij. Naast het niet kunnen leren van teksten was ik ook licht motorisch gestoord, nog steeds eigenlijk. Ook dat was een bron van frustratie die geleid heeft tot een sterk minderwaardigheidscomplex. Toen heette dat het clumsy child complex, nu heb je er andere termen voor: coördinaton disorder. Maar daar had ik toen niets aan. In de pubertijd kreeg ik ook nog Scheuermann erbij, een vergroeiing van de ruggenwervel. Dat heeft nog eens ernstig aan het minderwaardigheidscomplex bijgedragen. Maar gelukkig: in de tijd ontwikkel je je. Er zijn goede ervaringen en naarmate ik ouder word voel ik me steeds beter. Af en toe komt het gevoel van een minderwaardigheidscomplex weer eens langs, maar gelukkig nooit voor lang. En soms maak ik minder goede keuzes die daar uit voortvloeien: ik wil soms te veel aardig gevonden worden. Folgert had mijn horoscoop eens getrokken en zijn conclusie daarbij: je zult veel tegenslag in je leven hebben en tegen dingen moeten vechten, maar je zult er wel in groeien. Zo voel ik het ook. Het wordt steeds beter.